Grammatica zinsontleding

Je hebt 14 van de 15 vragen goed beantwoord.
Your score was: 93 %

Bekijk hieronder je niveau:

14 of 15 goede antwoorden hbo, wo (C1)
Taalniveau 4F
12 of 13 goede antwoorden bovenbouw havo/vwo en mbo niveau 4 (B2)
Taalniveau 3F
10 of 11 goede antwoorden onder-/middenbouw havo/vwo, bovenbouw vmbo, mbo niveau 3 (B1)
Taalniveau 2F
8 of 9 goede antwoorden vmbo 1e en 2e jaar (A2)
Taalniveau 1F/2F
7 of minder goede antwoorden onvoldoende
Taalniveau 1F

De uitslag van deze test geeft je een indicatie van het niveau waarop je dit onderdeel van de Nederlandse taal beheerst.

 

Antwoorden

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

1. Weet u al wanneer hij zijn nieuwe voorstel komt presenteren?

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

Jouw antwoord:

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

Score 0 of 1

Vraag:

Multiple choice question

2. Weet u al wanneer hij zijn nieuwe voorstel komt presenteren?

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

Jouw antwoord:

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

3. Weet u al wanneer hij zijn nieuwe voorstel komt presenteren?

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

Jouw antwoord:

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

4. De Britse premier sprak in Brussel zijn veto uit.

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

bijwoordelijke bepaling

Jouw antwoord:

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

bijwoordelijke bepaling

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

5. De Britse premier sprak in Brussel zijn veto uit.

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

bijwoordelijke bepaling

Jouw antwoord:

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

bijwoordelijke bepaling

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

6. 'Het is niet in ons belang tegen te stemmen', zei onze minister-president na de top.

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

Jouw antwoord:

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

7. 'Het is niet in ons belang tegen te stemmen', zei onze minister-president na de top.

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

Jouw antwoord:

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

8. “Kunt u ons uitleggen hoe dat nu precies zit?”, vroeg een student aan zijn docent.

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

Jouw antwoord:

persoonsvorm

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

9. Wie dit bedacht heeft, moet wel creatief zijn.

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

meewerkend voorwerp

bijvoeglijke bepaling

Jouw antwoord:

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

meewerkend voorwerp

bijvoeglijke bepaling

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

10. Wie dit bedacht heeft, moet wel creatief zijn.

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

meewerkend voorwerp

bijvoeglijke bepaling

Jouw antwoord:

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

meewerkend voorwerp

bijvoeglijke bepaling

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

11. Wie dit bedacht heeft, moet wel creatief zijn.

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

bijvoeglijke bepaling

Jouw antwoord:

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

bijvoeglijke bepaling

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

12. Het voorstel van de directeur werd met gejuich ontvangen.

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

bijvoeglijke bepaling

Jouw antwoord:

onderwerp

lijdend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

bijvoeglijke bepaling

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

13. Het voorstel van de directeur werd met gejuich ontvangen.

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

bijvoeglijke bepaling

bijwoordelijke bepaling

Jouw antwoord:

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

bijvoeglijke bepaling

bijwoordelijke bepaling

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

14. Weet jij of dat nieuwe kopieerapparaat al aangesloten is.

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

Jouw antwoord:

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

Score 1 of 1

Vraag:

Multiple choice question

15. Ga jij hem dat rapport over brandpreventie nog sturen?

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling

Jouw antwoord:

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde

bijwoordelijke bepaling